Reglementen

Organiek Reglement

De raad in openbare zitting,

Gelet op de wet van 16 juli 1973 waarbij de bescherming van de ideologische en filosofi-sche strekkingen gewaarborgd wordt;

Gelet op het decreet van 13 juli 2001 houdende het stimuleren van een kwalitatief en in-tegraal lokaal cultuurbeleid, inzonderheid de artikelen 55 tot 64;

Gelet op het huishoudelijk en organiek reglement van de Stedelijke Cultuurraad, laatst gewijzigd door de Gemeenteraad op 8 mei 2007;

Gelet op de voorbereidende besprekingen binnen de Raad van Bestuur op 20 oktober en 1 december 2008 en op 19 januari en 9 maart 2009;

Gelet op het advies uitgebracht door de Algemene Vergadering op 27 mei 2009;

Overwegende dat de permanente werkgroepen als draaischijf voor adviesverlening niet functioneren; dat hierdoor de vooropgestelde doelstelling m.n. de verbetering van de in-spraak en een breed gedragen cultuurbeleid niet bereikt wordt;

Overwegende dat het noodzakelijk is het organiek reglement van de Stedelijke Cultuur-raad als volgt goed te keuren;

Gelet op de artikelen 42 §3 en 43 §2 2° van het gemeentedecreet,

BESLUIT:

TITEL I – ERKENNING

Artikel 1:

De Stedelijke Cultuurraad wordt erkend als gemeentelijk adviesorgaan voor cultuurbeleid in uitvoering van het decreet van 13 juli 2001 hou-dende het stimuleren van een kwalitatief en integraal cultuurbeleid vol-gens de voorwaarden bepaald in dit reglement.

TITEL II – DOEL

Artikel 2:

§1.

De Gemeenteraad en het College van Burgemeester en schepenen zul-len de Stedelijke Cultuurraad betrekken bij de voorbereiding, de op-maak, de uitvoering en de evaluatie van het gemeentelijk cultuurbe-leid, inzonderheid het gemeentelijk cultuurbeleidsplan.

Dit houdt in dat de Gemeenteraad en het College van Burgemeester en Schepenen voor de definitieve besluitvorming in deze organen de Ste-delijke Cultuurraad om advies zullen vragen.

§2.

De Stedelijke Cultuurraad zal eveneens om advies gevraagd worden over alle culturele aangelegenheden waaronder:

de bescherming en de luister van de Nederlandse taal (o.a. straatnamen en het dialect);

de aanmoediging van de vorming van de navorsers (o.a. prijzen voor kunstenaars);

de schone kunsten (o.a amateurkunsten en professionele kun-sten, kunst in de publieke ruimte, …);

het cultureel patrimonium, de musea en de andere wetenschap-pelijk-culturele instellingen (met inbegrip van de monumenten en landschappen);

de bibliotheken, discotheken en soortgelijke diensten;

de lokale radio-omroep en de regionale televisie;

de permanente vorming en de culturele animatie;

de vrijetijdsbesteding en het toerisme.

§3.

Daarnaast heeft de Stedelijke Cultuurraad het recht om op eigen initia-tief over alle beleidsdossiers, waarvan hij vindt dat culturele belangen in het geding zijn, advies uit te brengen aan de Gemeenteraad of het College van Burgemeester en Schepenen.

§4.

De Stedelijke Cultuurraad kan bovendien initiatieven nemen met be-trekking tot:

het bevorderen en het organiseren van overleg en samen-werking tussen verenigingen, organisatoren, instellingen en deskundigen;

het stimuleren van de inspraak van de brede bevolking over het gemeentelijk cultuurbeleid;

het bevorderen van de deelname van de ruime bevolking aan het cultureel werk met bijzondere aandacht voor kansengroe-pen;

het mogelijk maken of het zelf nemen van de op de behoeften afgestemde initiatieven in de culturele sector.

TITEL III – ORGANEN

Artikel 3:

De Stedelijke Cultuurraad is samengesteld uit een Algemene Vergade-ring en een Raad van Bestuur. Binnen de Algemene Vergadering kun-nen commissies opgericht worden waartoe de leden vrijwillig toetreden.

HOOFDSTUK I - ALGEMENE VERGADERING

AFDELING 1 - De leden van de Algemene Vergadering

Artikel 4:

Stemgerechtigde en niet-stemgerechtigde leden

§1.

De Algemene Vergadering bestaat uit stemgerechtigde en niet-stemgerechtigde leden. Het aantal leden is onbeperkt.

§2.

Stemgerechtigde leden zijn:

Categorie 1: één afgevaardigde van elke culturele vereniging en organisatie, zowel privaat als publiek, die werkt met vrijwilligers en een werking ontplooit op het grondgebied van de gemeente; hij/zij kan zich laten vervangen door één van de twee aangedui-de vaste plaatsvervangers;

Categorie 2: één vertegenwoordiger van elke culturele organisa-tie en instelling, zowel privaat als publiek, die werkt met profes-sionele beroepskrachten en een werking ontplooit op het grond-gebied van de gemeente; hij/zij kan zich laten vervangen door één van de twee aangeduide vaste plaatsvervangers;

Categorie 3: deskundigen inzake cultuur, woonachtig in de ge-meente.

§3.

Niet-stemgerechtigde leden (waarnemers) zijn o.m.:

de schepen van Cultuur;

de cultuurbeleidscoördinator;

de administratieve medewerker van de Cultuurdienst, aangeduid door het College van Burgemeester en Schepenen, ter onder-steuning van de Stedelijke Cultuurraad;

de directeurs en/of diensthoofden van de stedelijke culturele in-

stellingen (stedelijke bibliotheek, cultuurcentrum, stedelijke kunstacademie, …);

één afgevaardigde van elke andere stedelijke adviesraad.

Artikel 5:

Externe deskundigen kunnen gehoord worden in het kader van de ad-viesverlening over een specifiek item.

Artikel 6:

Rechten en plichten van een stemgerechtigd lid

§1.

De plichten van een stemgerechtigd lid zijn:

onderschrijven van de doelstellingen van de Stedelijke Cultuur-raad en er zich toe verbinden om actief mee te werken aan de realisatie ervan;

het bijwonen van de vergaderingen van de Stedelijke Cultuur-raad; indien dit onmogelijk is, is het lid gebonden zich te ver-ontschuldigen; de afgevaardigde van een private en publieke culturele vereniging of organisatie kan zich laten vertegen-woordigen door één van de twee aangeduide vaste plaats-vervangers. Het behoort tot de taak van de afgevaardigde om bij verhindering zijn/haar plaatsvervanger te verwittigen en hem/haar de uitnodiging met agenda te bezorgen;

de vereniging, organisatie of instelling waarvoor men af-gevaardigd is, grondig informeren over de werkzaamheden van de Stedelijke Cultuurraad; geregeld overleg plegen met deze achterban in functie van het opsporen van behoeftes, ideeën en verwachtingen inzake het cultuurbeleid.

§2.

De rechten van een stemgerechtigd lid zijn:

spreekrecht op alle vergaderingen van de Stedelijke Cultuur-raad;

stemrecht in de Algemene Vergadering;

inzagerecht in alle documenten en dossiers die het stadsbestuur ter beschikking stelt aan de Stedelijke Cultuurraad.

AFDELING 2 - De samenstelling van de Algemene Vergadering

Artikel 7:

Procedure voor toetreding van een culturele organisatie, ver-eniging of instelling bij de Algemene Vergadering (cat. 1 en 2)

§1.

Een culturele organisatie, vereniging of instelling, die wil toetreden tot de Stedelijke Cultuurraad, moet zich richten tot de Raad van Bestuur via het daartoe bestemde aanvraagformulier, en aan de volgende voorwaarden voldoen:

een actieve culturele werking ontplooien ten behoeve van de inwoners op het grondgebied van de stad Geraardsbergen

een zetel hebben in de stad Geraardsbergen

activiteiten organiseren die behoren tot één van de culturele materies vermeld onder artikel 2 van dit reglement

aantonen dat ze een georganiseerde culturele organisatie, ver-eniging of instelling is door het indienen van de statuten en/of huishoudelijk reglement, de samenstelling van het bestuur en het aantal leden of omvang van het bereikte doelpubliek.

§2.

De aanvaarding van nieuwe culturele organisaties, verenigingen of in-stellingen gebeurt door de Algemene Vergadering, na voorafgaandelijk onderzoek en op voordracht van de Raad van Bestuur.

In afwachting van de officiële erkenning door de Algemene Vergadering

kan de Raad van Bestuur beslissen om:

de afgevaardigde van de nieuwe culturele organisatie, vereni-ging of instelling als waarnemer te aanvaarden

hem/haar dezelfde rechten toe te kennen als de andere stem-gerechtigde leden.

toe te laten een aanvraag voor subsidie in te dienen.

§3.

De Algemene Vergadering kan, na voorafgaandelijk onderzoek en op voordracht van de Raad van Bestuur, het lidmaatschap van een cultu-rele organisatie, vereniging of instelling intrekken als ze niet meer be-antwoordt aan de gestelde criteria (zie artikel 7 §1).

§4.

Een culturele organisatie, vereniging of instelling kan tegen de beslis-sing van weigering of intrekking beroep aantekenen bij het College van Burgemeester en Schepenen.

§5.

De afgevaardigde en de twee vaste plaatsvervangers worden in alle vrijheid aangesteld door de betrokken culturele organisatie, vereniging of instelling en moeten voldoen aan de volgende voorwaarden:

minimum 18 jaar oud zijn;

actief betrokken zijn bij de werking van de organisatie waarvoor ze worden aangeduid;

geen politiek mandaat bekleden (geen lid zijn van de Gemeen-te-raad, het College van Burgemeester en Schepenen, het OCMW);

bereid zijn om actief mee te werken aan de realisatie van de doelstellingen van de Stedelijke Cultuurraad;

niet meer dan één culturele organisatie, vereniging of instelling vertegenwoordigen.

§6.

De duur van het lidmaatschap bedraagt maximum 6 jaar en eindigt van rechtswege op het einde van een legislatuur.

Aan het mandaat van een afgevaardigde/plaatsvervanger van een cul-turele organisatie, vereniging of instelling komt vroegtijdig een einde door:

het ontslag van de betrokkene uit de Stedelijke Cultuurraad of uit de afvaardigende culturele organisatie, vereniging of instel-ling; dit ontslag wordt schriftelijk of via e-mail meegedeeld aan de Raad van Bestuur;

overlijden of rechtsonbekwaamheid;

het niet meer voldoen aan de gestelde criteria (zie artikel 7 §§1 en 5);

de vaststelling, door de Raad van Bestuur, van drie opeenvol-gende ongewettigde afwezigheden op de Algemene Vergade-ring; in dit geval wordt de culturele organisatie, vereniging of instelling uitgenodigd een andere afgevaardigde aan te duiden; als na 6 weken hierop niet gereageerd wordt, wordt veronder-steld dat deze culturele organisatie, vereniging of instelling ont-slag neemt uit de Stedelijke Cultuurraad.

Artikel 8:

Procedure voor toetreding van een deskundige bij de Algemene Vergadering (cat. 3)

§1.

Een deskundige, die wil toetreden tot de Stedelijke Cultuurraad, moet zich richten tot de Raad van Bestuur via het daartoe bestemde aan-vraagformulier en aan de volgende voorwaarden voldoen:

minimum 18 jaar oud zijn;

zich engageren in de culturele sector;

geen politiek mandaat bekleden (geen lid zijn van de Gemeen-te-raad, het College van Burgemeester en Schepenen, het OCMW);

bereid zijn om actief mee te werken aan de realisatie van de doelstellingen van de Stedelijke Cultuurraad;

niet reeds een culturele organisatie, vereniging of instelling ver-tegenwoordigen in de Stedelijke Cultuurraad;

wonen op het grondgebied van de stad Geraardsbergen.

§2.

De aanvaarding van nieuwe deskundigen gebeurt door de Algemene Vergadering, na voorafgaandelijk onderzoek en op voordracht van de Raad van Bestuur.

In afwachting van de officiële erkenning door de Algemene Vergadering kan de Raad van Bestuur beslissen de (kandidaat)deskundige als waar-nemer te aanvaarden.

§3.

De duur van het lidmaatschap bedraagt maximum 6 jaar en eindigt van rechtswege op het einde van een legislatuur.

Aan het mandaat van een deskundige komt vroegtijdig een einde door:

het ontslag van de betrokkene uit de Stedelijke Cultuurraad; dit ontslag wordt schriftelijk of via e-mail meegedeeld aan de voor-zitter van de Raad van Bestuur;

overlijden of rechtsonbekwaamheid;

het niet meer voldoen aan de gestelde criteria (zie artikel 8 §1);

het vaststellen van drie opeenvolgende ongewettigde afwezig-heden op de vergaderingen; de Raad van Bestuur zal de afwe-zigheden vaststellen en het ontslag meedelen aan de Algemene Vergadering en aan de betrokkene.

§4.

Een deskundige kan tegen de beslissing van weigering of intrekking be-roep aantekenen bij het College van Burgemeester en Schepenen.

AFDELING 3 - Oprichting van de Algemene Vergadering

Artikel 9:

§1.

Uiterlijk 6 maanden na de installatie van de nieuwe Gemeenteraad wordt de Stedelijke Cultuurraad opnieuw samengesteld. De organisatie hiervan wordt voorbereid door het ontslagnemende bestuur.

§2.

Aan alle culturele organisaties, verenigingen of instellingen die werken met vrijwilligers of professionele beroepskrachten, wordt een aan-vraagformulier bezorgd met de vraag tot een (her-)aansluiting bij de Stedelijke Cultuurraad. Deze culturele organisaties, verenigingen of in-stellingen, alsook de aangeduide afgevaardigden en hun twee vaste plaatsvervangers dienen te voldoen aan de gestelde voorwaarden (zie artikel 7).

§3.

Bij elke nieuwe samenstelling dient de nodige doelgerichte communica-tie te worden gevoerd opdat geïnteresseerde kandidaat-leden van de in artikel 4 genoemde categorieën, de nodige kansen krijgen zich kandi-daat te stellen.

§4.

Het aanvraagformulier met de kandidatuurstelling wordt gericht aan de ontslagnemende Raad van Bestuur, uiterlijk binnen de 6 weken na de oproep.

§5.

De installatievergadering begint met een toelichting over de te volgen

procedure en de verkiezing van de Raad van Bestuur. De voorzitter van het huidige bestuur zit de vergadering voor tot op het ogenblik dat de Raad van Bestuur van de nieuwe Stedelijke Cultuurraad is verkozen en de bestuursfuncties zijn verdeeld.

AFDELING 4 - Bevoegdheden van de Algemene Vergadering

Artikel 10:

Het behoort tot de bevoegdheden van de Algemene Vergadering om:

op voorstel van de Raad van Bestuur, de leden te aanvaarden en uit te sluiten;

op voorstel van de Raad van Bestuur, het organiek reglement te wijzigen;

op voorstel van de Raad van Bestuur, permanente commissies op te richten en op te heffen;

op voorstel van de Raad van Bestuur, het subsidiereglement vast te stellen;

controle en feedback uit te oefenen op de werking van de Raad van Bestuur en de commissies;

meer bepaald ontvangt de Algemene Vergadering een overzicht van de uitgebrachte adviezen, de beslissingen en de genomen initiatieven van het College van Burgemeester en Schepenen en de verdeling van materiële steun;

te fungeren als klankbord, steun en aanbrenger van ideeën voor een gedragen cultuurbeleid;

wordt nauw betrokken bij het proces van opmaak, uitvoering en evaluatie van het cultuurbeleidsplan;

een ontmoetingsplaats te zijn van het sociaal-culturele leven in de stad.

AFDELING 5 – Werking van de Algemene Vergadering

Artikel 11:

§1.

De Raad van Bestuur is verantwoordelijk voor de samenstelling van de agenda. Hij doet hierbij een beroep op de inbreng van de leden van de Algemene Vergadering en de commissies. Er wordt zorg gedragen voor het interactieve karakter van deze vergadering.

§2.

De samenkomsten van de Algemene Vergadering gebeuren in gesloten zitting. Derden kunnen uitgenodigd worden om hieraan deel te nemen.

Minstens eenmaal per jaar vindt een open vergadering plaats buiten het centrum van Geraardsbergen waarop de leden en de bevolking uit-genodigd worden.

Hierop stelt de Stedelijke Cultuurraad zichzelf en zijn werking voor, biedt informatie aan voor de het hele culturele werkveld, en wint in-formatie in over de behoeften, tekorten, wensen en ideeën.

§3.

De Algemene Vergadering kan geldige besluiten treffen of gemotiveer-de adviezen geven, ongeacht het aantal aanwezige stemgerechtigde leden.

Een wijziging in de tekst van het organiek reglement kan alleen, indien dit punt vooraf geagendeerd wordt en de voorstellen tot wijziging aan de leden worden bezorgd.

HOOFDSTUK II – RAAD VAN BESTUUR

AFDELING 1 - De leden van de Raad van Bestuur

Artikel 12:

De Algemene Vergadering kiest om de 6 jaar een Raad van Bestuur van minimum 8 en maximum 16 stemgerechtigde leden.

De vergaderingen van de Raad van Bestuur worden bijgewoond door de volgende waarnemers:

schepen van Cultuur;

de gemeentelijke ambtenaar aangeduid door het College van Burgemeester en Schepenen ter ondersteuning;

de cultuurbeleidscoördinator;

externe deskundigen kunnen gehoord worden in het kader van adviesverlening over een specifiek item.

AFDELING 2 – De samenstelling van de Raad van Bestuur

Artikel 13:

§1.

Voor de eerste 8 mandaten wordt een verkiezing gehouden binnen de Algemene Vergadering; alle stemgerechtigde leden kunnen hun kandi-datuur indienen.

De personen met het hoogste aantal stemmen, ten belope van het aan-tal mandaten, zijn gekozen.

Tevens worden maximum 2 mandaten (één deskundige, één vereni-ging) voorbehouden voor elke commissie met permanent karakter die binnen de Algemene Vergadering wordt opgericht.

§2.

De Raad van bestuur vult, indien mogelijk, zichzelf aan om te zorgen dat:

de leden uit de verschillende domeinen/werksoorten van het culturele veld vertegenwoordigd zijn;

de verschillende leefgemeenschappen vertegenwoordigd zijn;

de leden uit de verschillende ideologische en filosofische strek-kingen en gebruikersgroeperingen vertegenwoordigd zijn;

de deskundigen en professionelen niet meer dan de helft van de Raad van Bestuur uitmaken;

niet meer dan 2/3de van de leden van hetzelfde geslacht zijn.

§3.

De Raad van Bestuur kiest onder zijn leden een voorzitter, een onder-voorzitter en een secretaris. De definitieve samenstelling wordt be-krachtigd op de eerstvolgende Algemene Vergadering.

§4.

Het mandaat van een bestuurslid duurt 6 jaar en dat van de voorzit-ter/ondervoorzitter en secretaris 3 jaar, maar kan verlengd worden.

Aan het mandaat van een bestuurslid komt vroegtijdig een einde door:

het ontbinden van de culturele organisatie, vereniging of instel-ling die men vertegenwoordigt of door het beëindigen van de culturele werking ervan;

het ontslag van de betrokkene zelf uit de Stedelijke Cultuurraad of uit de afvaardigende culturele organisatie, vereniging of in-stelling; dit ontslag wordt schriftelijk of via e-mail meegedeeld aan de Raad van Bestuur;

overlijden of rechtsonbekwaamheid;

het niet meer voldoen aan de gestelde criteria (artikel 7 §5 en artikel 8 §1);

het verliezen van zijn hoedanigheid bij een ongewettigde afwe-zigheid op drie opeenvolgende bestuursvergaderingen of bij re-gelmatige afwezigheid; de Raad van Bestuur behoudt zich evenwel het recht voor om deze beslissing te herroepen.

§5.

Wanneer tijdens de bestuursperiode een bestuurslid wegvalt, wordt ge-put uit de reserve. Als er geen kandidaat gevonden wordt die voldoet aan het profiel, organiseert de Raad van Bestuur een nieuwe verkie-zing. In de oproepingsbrief worden de gestelde voorwaarden voor de kandidaat-bestuurders meegedeeld.

AFDELING 3 - Bevoegdheden van de Raad van Bestuur

Artikel 14:

§1.

Het behoort tot de bevoegdheden van de Raad van Bestuur om:

als aanspreekpunt te fungeren

adviezen uit te brengen t.a.v. de Gemeenteraad of het College van Burgemeester en Schepenen

de dagelijkse leiding van de Stedelijke Cultuurraad waar te ne-men

de commissies te coördineren; hij bewaart het overzicht van de leden en de activiteiten; hij stemt de activiteiten van de com-missies op mekaar af en zorgt voor de doorstroming van infor-matie tussen de Raad van Bestuur en de commissies

tijdelijke commissies op te richten of op te heffen, hun opdrach-ten en bevoegdheden vast te leggen of te veranderen

de Algemene Vergadering voor te bereiden (agenda, datum, verloop)

de beslissingen, aanbevelingen en voorstellen uit de Algemene Vergadering op te volgen

trekker te zijn bij de voorbereiding, de opmaak, de uitvoering en de evaluatie van het cultuurbeleidsplan.

§2.

De Raad van Bestuur is bevoegd over alle aangelegenheden die niet aan de Algemene Vergadering zijn toevertrouwd.

§3.

De Raad van Bestuur kan een beroep doen op de deskundigheid van een commissie voor de inhoudelijke invulling van haar advies.

AFDELING 4 - Werking van de Raad van Bestuur

Artikel 15:

De Raad van Bestuur komt maandelijks samen, behalve in juli en au-gustus, volgens een vergaderkalender die voorafgaandelijk en in over-leg met de leden wordt opgesteld.

De voorzitter van de Raad van Bestuur is verantwoordelijk voor het op-stellen van de agenda. Hij doet hierbij een beroep op de inbreng van de leden. De voorzitter is verantwoordelijk voor het goede verloop van de vergadering, met aandacht voor procedure, inhoud en proces.

Een geldig besluit kan enkel genomen worden als de helft van de stemgerechtigde leden aanwezig is.

HOOFDSTUK III - COMMISSIES

Artikel 16:

Binnen de Algemene Vergadering kunnen commissies per werksoort, per beleidsdomein of per territoriale geleding opgericht worden, voor het onderzoek van bepaalde aspecten van het cultuurbeleid en/of ter voorbereiding van bepaalde evenementen.

AFDELING 1- Permanente commissies

Artikel 17:

§1.

De oprichting gebeurt op voorstel van de Raad van Bestuur en wordt

bekrachtigd door de Algemene Vergadering. De commissie treedt pas in werking na goedkeuring door het College van Burgemeester en Schepenen.

In een oprichtingsakte worden de samenstelling, de bevoegdheden, de werking en de opdracht vastgelegd.

Op voorstel van de Raad van Bestuur kan de Algemene Vergadering en het College van Burgemeester en Schepenen de oprichtingsakte teniet-doen of wijzigen.

§2.

Een permanente commissie kan een adviserende bevoegdheid krijgen over haar sectorale materie voor de hele gemeente. Dit betekent dat zij rechtstreeks adviezen kan indienen bij het stadsbestuur.

§3.

De permanente commissie organiseert binnen de eigen geleding een verkiezing om de maximum 2 voorbehouden mandaten in de Raad van Bestuur in te vullen.

AFDELING 2 – Tijdelijke commissies

Artikel 18:

§1.

De Raad van Bestuur behoudt zich het recht voor om tijdelijke commis-sies op te richten voor de voorbereiding van adviezen en/of evenemen-ten. Hij stelt de commissie samen, al dan niet met een open oproep, geeft de opdracht en bepaalt de werkwijze en de duurtijd.

De tijdelijke commissie blijft functioneren onder de bevoegdheid van de Raad van Bestuur. De bijeenkomsten worden voorgezeten door een lid van de Raad van Bestuur.

§2.

De definitieve formulering van het advies gebeurt door de Raad van Bestuur. Inhoudelijk is de Raad van Bestuur niet strikt gebonden aan het advies van een commissie. Het is immers mogelijk dat overwegin-gen van andere commissies of uit het brede veld een ander licht wer-pen op de strekking van een advies. Ook wanneer de Raad van Bestuur afwijkt van de commissie, wordt de voorbereiding van het advies door de commissie, samen met het advies door de Raad van Bestuur, over-gemaakt aan de Gemeenteraad of het College van Burgemeester en Schepenen.

De commissies ontvangen achteraf feedback over het advies dat door de Raad van Bestuur is uitgebracht op basis van hun voorbereidend werk.

HOOFDSTUK IV – GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN

Artikel 19:

De besluiten en gemotiveerde adviezen worden overgemaakt aan het stadsbestuur binnen de termijnen en volgens de voorgeschreven pro-cedure in de afsprakennota.

Artikel 20:

Er wordt in de Stedelijke Cultuurraad en al zijn geledingen gestreefd naar beslissingen bij consensus. Ieder lid kan echter bij elke bespreking de stemming vragen. In dat geval beslist de meerderheid van de aan-wezigen.

Bij publieke stemming is de stem van de voorzitter beslissend in geval van staking van stemmen.

Bij geheime stemming wordt het punt verworpen bij staking van stemmen.

Artikel 21:

Het stadsbestuur verzekert alle stemgerechtigde leden van de Stedelij-ke Cultuurraad tegen Lichamelijke Ongevallen, Burgerlijke Aansprake-lijkheid en Rechtsbijstand.

HOOFDSTUK V – SLOTBEPALINGEN

Artikel 22:

Volgende reglementen worden opgeheven:

- het huishoudelijk en organiek reglement van 8 mei 2007 en

- het reglement van de Erfgoedraad, goedgekeurd in de zitting van de Gemeenteraad van 26 maart 2002.

Artikel 23:

Het reglement is geldig vanaf de datum van goedkeuring door de Ge-meenteraad.

Subsidiereglement Basis- en Werkingssubsidie

Verenigingen die lid zijn van de Cultuurraad en een actieve werking ontplooien op het grondgebied van Geraardsbergen kunnen aanspraak maken op een subsidie. Deze subisidie is opgebouwd uit:

De basissubsidie: bedrag afhankelijk van het soort vereniging nl. socio-culturele vereniging of amateurkunstenvereniging.

De werkingssubsidie: vervangt de vroegere activiteitensubsidie. Gebeurt volgens een puntensysteem en het principe ‘loon naar werken’. Niet de activiteiten, maar de werking van een vereniging scoort.

Voor wie

Verenigingen, aangesloten bij de Cultuurraad en die een actieve werking ontplooien op het grondgebied van Geraardsbergen, ontvangen naast een basissubsidie ook een werkingssubsidie.

Voorwaarden

Zie reglement.

Hoe aanvragen

Het aanvraagformulier, volledig ingevuld, vóór 1 maart indienen bij de Cultuurdienst, Stadhuis, Markt z/n, 9500 Geraardsbergen (via Toeristisch Infokantoor Visit Geraardsbergen) – cultuur@geraardsbergen.be. De aanvraag omvat een kort werkingsverslag van het voorbije kalenderjaar.

Afhandeling

Na de beoordeling van de aanvraag door de Cultuurdienst, de goedkeuring door de Raad van Bestuur van de Cultuurraad en het college van burgemeester en schepenen, kan de uitbetaling door de dienst Financiën gebeuren.

Nuttige links

Reglement basis- en werkingssubsidie.

Aanvraagformulier voor basis- en werkingssubsidie.

Online aanvraagformulier.

Subsidiereglement Projectsubsidies

De projectsubsidie wil vernieuwende cultureel of erfgoedevenementen stimuleren.

Voor wie

Verenigingen/organisaties, aangesloten of niet aangesloten bij de Cultuurraad (nieuw!), kunnen een projectsubsidieaanvraag indienen voor vernieuwende cultureel of erfgoedevenementen.

Voorwaarden

Zie reglement.

Hoe aanvragen

Het aanvraagformulier, volledig ingevuld, uiterlijk 30 dagen vóór aanvang van het project, indienen bij de Cultuurdienst, Stadhuis, Markt z/n, 9500 Geraardsbergen (via Toeristisch Infokantoor Visit Geraardsbergen) – cultuur@geraardsbergen.be.

Afhandeling

Na de beoordeling van de aanvraag door de Cultuurdienst, de goedkeuring door de Raad van Bestuur van de Cultuurraad en het college van burgemeester en schepenen, wordt een voorschot van 40 % op de vastgestelde subsidiebedragen (zie reglement) uitbetaald door de dienst Financiën. Het saldo wordt uitbetaald na ontvangst en beoordeling van het financieel verslag (inkomsten/uitgaven) met bewijsstukken (kopieën van facturen/ onkostennota’s), goedgekeurd door achtereenvolgens de Raad van Bestuur van de Cultuurraad en het college van burgemeester en schepenen.

Nuttige links

Reglement projectsubsidie

Aanvraagformulier projectsubsidie.

Online aanvraagformulier projectsubsidie

Reglement toekennen van hinderpremie in het kader van covid-19 (Niet meer van toepassing)

Voor wie

Verenigingen, aangesloten bij de Cultuurraad, kunnen een aanvraag indienen.

Voorwaarden

De kosten die in aanmerking komen betreffen voorschotten of facturen voor sprekers, artiesten, zaal, promotiemateriaal, … die niet konden worden teruggevorderd. Om in aanmerking te komen, moet de afgelasting het gevolg geweest zijn van het veranderen van de code waardoor de activiteit niet meer mocht doorgaan of door een uitbraak van corona binnen de organisatie.

Deze kosten kunnen voor 100 % worden ingebracht, met een plafond van 500 euro per vereniging.

Hoe aanvragen

Aanvraagformulier, volledig ingevuld, vóór 1 februari 2021 indienen bij de Cultuurdienst, Stadhuis, Markt z/n, 9500 Geraardsbergen (via Toeristisch Infokantoor Visit Geraardsbergen) – cultuur@geraardsbergen.be Kan ook via het Thuisloket op deze website. De aanvraag bevat de nodige stukken (bv. contract, antwoord van de leverancier, een gedrukte affiche, …).

Afhandeling

De Cultuurdienst bereidt de dossiers voor en legt ze voor aan de Raad van Bestuur van de Cultuurraad. Hij beoordeelt deze dossiers en doet vóór 1 maart een voorstel van premies aan het college van burgemeester en schepenen, dat uiteindelijk beslist. De Cultuurdienst zorgt er vervolgens voor dat deze bedragen vóór juli 2021 uitbetaald worden.

Nuttige links

Reglement toeken van hinderpremie in het kader van covid-19

Aanvraagformulier hinderpremie in het kader van covid-19

Online aanvraagformulier hinderpremie covid-19